Spreekbeurt
hond

Spreekbeurt hond

Spreekbeurt 1: de hond

De hond is samen met de kat een van de mens meest geaccepteerde huisdieren. Er zijn veel verschillende rassen ( wel meer dan 400 ) en ieder ras heeft ook zo zijn eigen uiterlijke en persoonlijke kenmerken. Zo staat de Jack Russel er bijvoorbeeld om bekend zeer snel dingen te leren en staat de Herdershond er om bekend dat hij een zeer goed reukvermogen heeft.

De zintuigen van een hond zijn allemaal een beetje sterker als bij de mens. Een hond kan bepaalde hoge frequenties horen die een mens niet kan. Denk bijvoorbeeld aan hondenfluitjes wanneer je deze zelf gebruikt hoor je helemaal niets maar iedere hond in je omgeving zal hier direct op reageren en waarschijnlijk beginnen te blaffen. Niet alleen de oren maar ook de neus van een hond is vele malen sterker dan die van ons. Een hond kan dingen over een hele grote afstand ruiken ze hebben daar niet alleen een sterker reukvermogen voor nodig maar ook een natte neus, als de wind namelijk langs de natte neus komt kunnen ze makkelijker reuken localiseren. Deze sterke reukzin hebben ze ook nodig om territorium af te bakenen, door namelijk te plassen laat een hond weten dat dit gebied territorium van hem is.

Door de eigenschappen van de hond wordt deze tegenwoordig steeds vaker gebruikt voor de mens te helpen. Denk daarbij aan de politiehond, blindegeleidehond, sledehond of de huishoudhond. Zonder deze trouwe viervoeters zouden blinde mensen het een stuk lastiger hebben. De blindegeleide hond is namelijk vrijwel altijd bij zijn baasje en helpt hem voornamelijk met de allerdaagse dingen. Naar de winkel gaan, opletten bij het verkeer, het vinden van huissleutels en noem zo maar op.

Je kunt vaak makkelijk aan een hond zien wat hij van je vind of hoe hij zich voelt. Voorbeelden van lichaamstaal zijn als volgt :

Staart tussen de benen: De hond is geschrokken of voelt zich bang
Met de staart kwispellen: Als een hond kwispelt is deze altijd vrolijk en wilt waarschijnlijk met je spelen. Hoe harder hij kwispelt hoe vrolijker hij zal zijn.
Opgezette haren op de rug: Er is iets gebeurt wat de hond niet leuk vind. Pas op want waarschijnlijk wil hij iemand aanvallen.
In het gezicht likken: Vaak gaat dit samen met sterk kwispellen. De hond ziet jou als leider van zijn groep.
Grommen en tanden tonen: Je bent echt te ver gegaan de hond is echt boos en is bereid om te bijten.

> Deze spreekbeurt is geschreven door Tim uit groep 7

Blogs over dieren